▶ ÜBERSICHT | THEMENSCHWERPUNKTE

Staff and line

This dataset preview is momentarily unavailable..

Asset Management vs Investment Management Knowing the difference between asset management and investment management can be helpful as asset management and investment management are terms that we hear quite frequently when discussing the management .  · Investment Management vs. Asset Management The terms investment management and asset management are interchangeable. They refer to the same practice, the professional management of assets through investment.

They are perfectly suited for the way Millennials shop, according to article on Yahoo Finance.

Bourne Capital is a property investment, management, and development group with four major London Estates. We actively manage our properties on a day to day basis, and operate a high profile portfolio of branded leisure businesses to fuel the growth of our assets.

Management experts believe organizations should minimize their investment in staff positions, because they increase costs while not directly contributing to the organization's goals. Increasingly organizations, especially smaller ones, are beginning to move away from line-staff structures to structures that are more hybrid or matrixed.

From Wikipedia, the free encyclopedia. The future of business: The effective health care supervisor 6th ed. Jones and Bartlett Publishers. Organization and management 1. The sociology of organizations classic, contemporary, and critical readings 3. Retrieved from " https: Het is wel te verstaan dat het bewijs dat een in Nederland gevestigde beleggingsinstelling een beleggingsinstelling in de zin van artikel 28 van de Wet op de Vennootschapsbelasting heeft van het aantal van haar in Nederland gevestigde aandeelhouders -natuurlijke personen en rechtspersonen- als gevolg van de procedure die zulk een in Nederland gevestigde beleggingsinstelling toepast bij het verzoeken om een teruggaaf van op buitenlands dividend en interest ingehouden belasting op grond van het eerste lid, letter b, van artikel 28 van de Wet op de Vennootschapsbelasting , door zulk een Nederlandse beleggingsinstelling kan worden gebruikt om aan te tonen dat zij voldoet aan de vereisten van het eerste lid, letter d, onderscheidenlijk het vierde lid van artikel 26 Beperkingen van Voordelen.

Zoals verduidelijkt door de volgende voorbeelden is het wel te verstaan dat bij de toepassing van de regels van het tweede lid van artikel 26 Beperkingen van Voordelen het evenredige gedeelte van de activiteiten van een inwoner van een van de Staten die onderdeel vormen van of direct verband houden met het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten door een andere inwoner van die Staat die aanspraak maakt op de voordelen van de Overeenkomst, mag worden toegerekend aan deze laatstgenoemde inwoner op grond van het tweede lid, letter e, voor de toepassing van het criterium van wezenlijke ondernemingsactiviteiten van het tweede lid, letter c.

Bovendien wordt, voor de toepassing van het tweede lid, letter c, het evenredige deel van de activiteiten van een inwoner van een van de Staten dat is toe te rekenen aan in de andere Staat uitgeoefende bedrijfsmatige activiteiten, gebruikt voor de toepassing van het criterium van het tweede lid, letter c.

NLCo en FCo oefenen als zodanig niet actief bedrijfsmatige activiteiten uit. Om wat deze betalingen betreft gerechtigd te zijn tot de verdragsvoordelen op grond van het tweede lid van artikel 26 moet NLCo geacht worden zich actief in Nederland bezig te houden met het uitoefenen van wezenlijke bedrijfsmatige activiteiten.

Op grond van het tweede lid, letter c, moeten de verhoudingsgetallen van de activa, het inkomen en de loonkosten die kunnen worden toegerekend aan NLCo enerzijds en de activa, het inkomen en de loonkosten die kunnen worden toegerekend aan USCo anderzijds ten minste tien percent bedragen. NLCo heeft geen activa, inkomen of loonkosten die aan de bedrijfsmatige activiteiten kunnen worden toegerekend. De activa, het inkomen en de loonkosten van NLSub die verband houden met de bedrijfsmatige activiteiten kunnen echter aan NLCo worden toegerekend op grond van het tweede lid, letter e, onder vi , aangezien NLCo en FCo te zamen als uiteindelijke gerechtigde de zeggenschap bezitten in NLSub, en FCo inwoner is van een lidstaat van de Europese Gemeenschap.

In overeenstemming met het tweede lid, letter e, wordt derhalve 50 percent van de activa, het inkomen en de loonkosten van NLSub toegerekend aan NLCo voor de toepassing van het tweede lid, letter c. Nu geen van deze percentages hoger is dan 10 percent, is NLCo bij een toetsing aan het criterium van het tweede lid, letter c, op grond van artikel 26 niet gerechtigd tot de voordelen van de Overeenkomst. Bovendien wordt dit resultaat door de toepassing van de in dat lid neergelegde regel van het driejaarsgemiddelde niet gewijzigd, omdat in dit voorbeeld de relevante bedragen voor de drie voorafgaande jaren en de daaruit voortvloeiende verhoudingsgetallen gelijk zijn aan die voor het onmiddellijk daarvan voorafgaande belastingjaar.

Voor de toepassing van het tweede lid, letter c, moeten de waarde van de activa en het bedrag van het inkomen en de loonkosten van USCo vermenigvuldigd worden met het percentage van NLCo's bezit in het aandelenkapitaal van USCo. De waarden die derhalve aan USCo en NLSub toegerekend kunnen worden na rekening te houden met de percentages die NLCo in de aandelenkapitalen van deze lichamen bezit, en de verhoudingsgetallen van de bedragen van NLSub die aan NLCo toegerekend zijn enerzijds, en de bedragen die kunnen worden toegerekend aan USCo anderzijds, zijn als volgt:.

Nu al deze percentages hoger zijn dan 10 percent is NLCo op grond van het tweede lid gerechtigd tot de voordelen van de Overeenkomst ten aanzien van de betalingen die zijn ontvangen van USCo. Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van het tweede lid, letter a, en het achtste lid, letter m, van artikel 26 Beperkingen van Voordelen een bank alleen dan geacht wordt actief het bankbedrijf uit te oefenen als deze regelmatig stortingen ontvangt van of leningen verstrekt aan het publiek en een verzekeringsmaatschappij alleen dan geacht wordt actief het verzekeringsbedrijf uit te oefenen indien haar bruto-inkomen voornamelijk bestaat uit verzekerings- of herverzekeringspremies alsmede beleggingsinkomen dat toegerekend kan worden aan zulke premies.

Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van het eerste lid van artikel 9 Gelieerde ondernemingen bij het vaststellen of een onderneming al dan niet middellijk of onmiddellijk deelneemt in het bestuur, beheer of vermogen van een andere onderneming, een onderneming geacht kan worden gelieerd te zijn met een andere onderneming wanneer sprake is van een belang in die andere onderneming dat uitsluitend bestaat uit bewijzen van schuldvorderingen en die schuldvorderingen de houder daarvan het recht geven deel te nemen in het bestuur, beheer of vermogen van de onderneming die de schuldvordering heeft uitgegeven, of zulk een houder in de praktijk deelneemt in dat bestuur, beheer of vermogen.

Het bovenstaande is tevens van toepassing op het tweede lid, letter e, onder vi , van artikel 26 Beperkingen van Voordelen. Bijvoorbeeld wanneer zowel de inkomen genererende rechtspersoon, die inwoner van de Verenigde Staten is, als de rechtspersoon die actief in Nederland bedrijfsmatige activiteiten uitoefent worden beheerst door vijf Nederlandse beleggingsmaatschappijen.

Een van de investeerders A heeft een belang van 50 percent in de inkomen genererende rechtspersoon. De andere vier investeerders B, C, D en E hebben elk een belang van 12,5 percent in deze inkomen genererende rechtspersoon.

De Nederlandse investeerder E heeft een belang van 50 percent in de rechtspersoon die actief een bedrijf uitoefent. De andere vier investeerders A, B, C en D hebben elk een belang van 12,5 percent in de rechtspersoon die actief bedrijfsmatige activiteiten uitoefent. De drie verhoudingsgetallen als beschreven in het voorgaande lid, toegepast op de drie Nederlandse investeerders B, C en D blijven onderscheidenlijk 16,7 percent, 25 percent en 20 percent.

De drie verhoudingsgetallen als beschreven in het voorgaande lid, toegepast op de Nederlandse investeerder E zijn onderscheidenlijk 66,7 percent, percent en 80 percent. Het is wel te verstaan dat staten, na overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten van beide Staten, kunnen worden toegevoegd aan of verwijderd uit de voorgaande lijst. Het is wel te verstaan dat bij het behandelen van een activiteit die verricht wordt in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap als verricht in Nederland op grond van het tweede lid, letter h, van artikel 26 Beperkingen van Voordelen en onderworpen aan de daarin opgenomen beperkingen de activiteit in die andere staat kan worden verricht door iedere persoon van wie, wanneer deze zulk een activiteit in Nederland zou hebben verricht, een evenredig deel van die activiteit zou worden toegerekend aan de inwoner van Nederland, die beschouwd wordt op grond van het tweede lid, letter e, van artikel 26 Beperkingen van Voordelen die activiteit te verrichten.

Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van het derde lid, letter a, van artikel 26 Beperkingen van Voordelen een persoon alleen dan beschouwd wordt zich bezig te houden met toezichthoudende en bestuurlijke werkzaamheden indien hij zich bezig houdt met een aantal van de hieronder genoemde werkzaamheden.

Zo zal een persoon als hoofdkantoor worden beschouwd indien hij een belangrijk aantal van de volgende functies verricht ten behoeve van het concern: Een eenvoudige vergelijking van het bedrag van het bruto-inkomen dat het hoofdkantoor ontvangt uit hoofde van zijn verschillende werkzaamheden is niet het enige criterium aan de hand waarvan mag worden vastgesteld of concernfinanciering, al dan niet, de primaire taak van het lichaam is.

De bovengenoemde functies zijn bedoeld als aanduiding van de soorten werkzaamheden die een hoofdkantoor geacht wordt te verrichten. Deze opsomming beoogt niet uitputtend te zijn. Voorts is het wel te verstaan dat bij het bepalen of een wezenlijk deel van het toezicht en het bestuur van de concernonderdelen door het hoofdkantoor wordt verricht, de werkzaamheden die door het hoofdkantoor in zijn functie als hoofdkantoor voor die concernonderdelen worden verricht wezenlijk dienen te zijn in vergelijking met dezelfde werkzaamheden die binnen de multinational voor diezelfde concernonderdelen worden verricht.

Het volgende voorbeeld moge dit verduidelijken. Een Japanse rechtspersoon richt in Nederland een dochtermaatschappij op, die als hoofdkantoor moet gaan fungeren voor de Europese en Noordamerikaanse werkzaamheden. De Japanse rechtspersoon heeft twee andere dochtermaatschappijen die als hoofdkantoor fungeren: Het Nederlandse hoofdkantoor is de moedermaatschappij voor de dochtermaatschappijen die de Europese en Noordamerikaanse werkzaamheden verrichten.

Het Nederlandse hoofdkantoor houdt toezicht op het grootste deel van de prijsbepaling, de marketing, de interne controle, de interne informatieverschaffing en het management van de onder zijn bestuur vallende concernonderdelen. Alhoewel de Japanse topholding aan alle dochtermaatschappijen richtlijnen geeft met betrekking tot het mondiale beleid ten aanzien van elk van de vorengenoemde activiteiten en er op toeziet dat deze richtlijnen binnen elk van de regionale concernonderdelen worden uitgevoerd, is het Nederlandse hoofdkantoor het kantoor dat het bestuur uitoefent en het toezicht houdt op de wijze waarop deze beleidsregels worden uitgevoerd door de onder zijn bestuur vallende concernonderdelen.

Het vermogen dat en de loonkosten die door de Japanse topholding worden besteed aan deze werkzaamheden voor de concernonderdelen die onder het bestuur van het Nederlandse hoofdkantoor vallen, zijn verhoudingsgewijs gering in vergelijking met het vermogen en de loonkosten die door het Nederlandse hoofdkantoor aan deze werkzaamheden worden besteed. Bovendien verrichten noch de andere twee hoofdkantoren noch enig ander gelieerd lichaam naast de Japanse topholding de bovengenoemde werkzaamheden ten behoeve van die concernonderdelen die onder het bestuur van het Nederlandse hoofdkantoor vallen.

In dit voorbeeld wordt het Nederlandse hoofdkantoor geacht te voorzien in een wezenlijk deel van het totale toezicht en bestuur van de concernonderdelen, die onder zijn bestuur vallen.

Voor de toepassing van het zevende lid van artikel 26 Beperkingen van Voordelen kan de bevoegde autoriteit van de Staat waaruit het desbetreffende inkomen afkomstig is bij het vaststellen of de oprichting, verwerving of instandhouding van een rechtspersoon, die inwoner van een van de Staten is, als een van de voornaamste doelstellingen heeft of had de verkrijging van de voordelen van deze Overeenkomst, onder andere de volgende factoren meewegen:.

De datum van oprichting van de rechtspersoon in relatie tot de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst;. Het is wel te verstaan dat een lichaam dat inwoner van een van de Staten is, de voordelen van de Overeenkomst zullen worden toegekend op grond van het zevende lid van artikel 26 Beperkingen van Voordelen ten aanzien van inkomen dat verkregen is uit de andere Staat, indien zulk een lichaam:. Het is voorts wel te verstaan dat het zevende lid van artikel 26 Beperkingen van Voordelen niet van toepassing is indien aan een van de bovenstaande vereisten niet is voldaan.

Het is wel te verstaan dat bij de toepassing van het zevende lid van artikel 26 Beperkingen van Voordelen de regelgeving van de Europese Gemeenschap voor het bevorderen van het vrije verkeer van kapitaal en personen binnen de Europese Gemeenschappen, te zamen met de onderlinge verschillen in binnenlandse inkomstenbelastingsystemen, fiscale stimuleringsmaatregelen en het van toepassing zijnde beleid voor belastingverdragen tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschappen in beschouwing zullen worden genomen.

Op grond van deze bepaling neemt de bevoegde autoriteit als richtlijn voor haar overwegingen of de oprichting, de verwerving of instandhouding van een lichaam of de uitoefening van zijn activiteiten als een van de voornaamste doelstellingen het verkrijgen van de voordelen van deze Overeenkomst heeft of had. De bevoegde autoriteit kan daarom bepalen dat, gegeven een aantal feiten, een wijziging in de omstandigheden die ertoe zou kunnen leiden dat een lichaam ophoudt in aanmerking te komen voor de voordelen van de Overeenkomst op grond van het eerste en tweede lid van artikel 26 Beperkingen van Voordelen niet noodzakelijkerwijs behoeft te leiden tot het onthouden van de voordelen.

Zulke gewijzigde omstandigheden kunnen omvatten een wijziging van de staat van vestiging van een belangrijke aandeelhouder, de verkoop van een deel van het aandelenkapitaal van een Nederlands lichaam aan een persoon die inwoner is van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of een uitbreiding van de activiteiten van een lichaam in andere lidstaten van de Europese Gemeenschappen, dit alles onder normale zakelijke voorwaarden.

De bevoegde autoriteit zal deze gewijzigde omstandigheden naast andere relevante factoren die normaal in beschouwing genomen worden op grond van het zevende lid van artikel 26 in overweging nemen bij het bepalen of zulk een lichaam in aanmerking blijft komen voor voordelen van de Overeenkomst ten aanzien van inkomen ontvangen uit bronnen in de Verenigde Staten. Wanneer deze gewijzigde omstandigheden niet zijn toe te schrijven aan beweegredenen van vermijding van belasting, zal zulks door de bevoegde autoriteit eveneens als relevante factor in het voordeel van bestendiging van het recht op de voordelen van de Overeenkomst op grond van het zevende lid van artikel 26 worden beschouwd.

Voor de toepassing van het achtste lid, letter d, onder iv , van artikel 26 Beperkingen van Voordelen worden in ieder geval de effectenbeurzen van Frankfurt, Londen en Parijs opgenomen.

De bevoegde autoriteiten van beide Staten kunnen overeenkomen effectenbeurzen aan de lijst toe te voegen of van de lijst te verwijderen. Wanneer een rechtspersoon die inwoner is van een van de Staten en gerechtigd is tot de voordelen op grond van artikel 26 Beperkingen van Voordelen , zeggenschap verwerft in een rechtspersoon die inwoner is van een derde Staat, die op haar beurt zeggenschap heeft in een tweede rechtspersoon die inwoner is van de eerstbedoelde Staat, zou die tweede rechtspersoon als gevolg van de bepaling van het achtste lid, letter k, van artikel 26 niet gerechtigd kunnen zijn tot de voordelen van de Overeenkomst ten aanzien van voordelen uit bronnen uit die andere Staat.

Het is wel te verstaan dat de bevoegde autoriteiten van de andere Staat in deze omstandigheden bij het beoordelen van een verzoek om toekenning van de voordelen van de Overeenkomst op grond van het zevende lid van artikel 26 Beperkingen van Voordelen een reorganisatieplan dat wordt voorgelegd door de tweede rechtspersoon die inwoner is van de eerstbedoelde Staat in welwillende overweging zullen nemen indien zulk een plan ertoe zou leiden dat de tweede rechtspersoon binnen een redelijke overgangsperiode recht krijgt op de voordelen van de Overeenkomst vast te stellen zonder rekening te houden met het zevende lid van artikel 26 Beperkingen van Voordelen.

Het is wel te verstaan dat het vervoer van voorraden of personeel tussen een van de Staten en een plaats waar de werkzaamheden buitengaats in die Staat worden verricht, of tussen zulke plaatsen, wordt beschouwd als vervoer tussen plaatsen in die Staat. A Het is wel te verstaan dat de Staten in ieder geval diplomatieke nota's uitwisselen zoals bepaald in het vijfde lid van artikel 29 Regeling voor Onderling Overleg , wanneer de ervaringen opgedaan binnen de Europese Gemeenschappen bij de toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen, ondertekend op 23 juli , of bij de toepassing van het vijfde lid van artikel 25 van het belastingverdrag tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen en bepaalde andere belastingen, ondertekend op 29 augustus , bevredigend zijn voor de bevoegde autoriteiten van beide Staten.

Na afloop van een periode van drie jaar na het in werking treden van de Overeenkomst zullen de bevoegde autoriteiten met elkaar overleggen teneinde vast te stellen of aan de voorwaarden voor de uitwisseling van diplomatieke nota's is voldaan. B Indien de bevoegde autoriteiten van beide Staten overeenkomen om in een bepaald geval een geschil betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst op grond van het vijfde lid van artikel 29 te onderwerpen aan arbitrage, is de volgende procedure van toepassing:.

Indien de bevoegde autoriteiten er bij het toepassen van het eerste tot en met het vierde lid van artikel 29 niet in slagen om tot overeenstemming te komen binnen twee jaar na de datum waarop de aangelegenheid aan een van de bevoegde autoriteiten was voorgelegd, kunnen zij besluiten in een bepaald geval een beroep op arbitrage te doen, echter slechts nadat de procedures die beschikbaar zijn op grond van het eerste tot en met het vierde lid van artikel 29 volledig zijn uitgeput.

De bevoegde autoriteiten zullen in het algemeen niet overgaan tot arbitrage ten aanzien van aangelegenheden betreffende het belastingbeleid of de binnenlandse wetgeving van een van de Staten. De bevoegde autoriteiten stellen voor elk afzonderlijk geval een arbitragecommissie in op de volgende wijze:. Een arbitragecommissie bestaat uit ten minste drie leden. Elke bevoegde autoriteit benoemt een gelijk aantal leden en deze leden komen de benoeming van het andere lid of de andere leden overeen. Het andere lid of de andere leden van de arbitragecommissie zijn afkomstig uit een van beide Staten of uit een andere OESO-lidstaat.

De bevoegde autoriteiten kunnen verdere instructies geven betreffende de criteria voor het selecteren van de overige leden van de arbitragecommissie.

Leden van de arbitragecommissie en hun medewerkers moeten bij hun benoeming schriftelijk verklaren zich te houden aan en onderworpen te zijn aan de toepasselijke bepalingen inzake vertrouwelijkheid en openbaarmaking van beide Staten en van de Overeenkomst.

In geval die bepalingen met elkaar in strijd zijn, is de meest vergaande geheimhoudingsverplichting van toepassing. De bevoegde autoriteiten kunnen overeenstemming bereiken omtrent en de arbitragecommissie instrueren betreffende bepaalde procedureregels, zoals het benoemen van een voorzitter, de procedures om tot een beslissing te komen, het bepalen van termijnen, enzovoorts.

Voor het overige stelt de arbitragecommissie haar eigen procedureregels vast overeenkomstig de algemeen aanvaarde beginselen van redelijkheid en billijkheid. De arbitragecommissie beslist over ieder afzonderlijk geval op basis van de Overeenkomst met inachtneming van de nationale wetgeving van de beide Staten en de beginselen van het internationale recht.

De arbitragecommissie verstrekt aan de bevoegde autoriteiten een toelichting op haar beslissing. De beslissing van de arbitragecommissie is met betrekking tot dat bepaalde geval bindend voor beide Staten en de belastingplichtige n.

Hoewel de beslissing van de arbitragecommissie geen precedentwerking heeft, wordt verwacht dat met zulke beslissingen gewoonlijk rekening zal worden gehouden in latere aan de bevoegde autoriteiten voorgelegde zaken betreffende dezelfde belastingplichtige n , dezelfde kwestie s en grotendeels soortgelijke feiten alsmede waar passend in andere gevallen.

De kosten van een arbitrageprocedure worden op de volgende wijze gedragen:. Elke Staat draagt de kosten van de beloning van de door haar benoemde leden alsmede van zijn vertegenwoordiging tijdens de procedure voor de arbitragecommissie;. Indien het de bevoegde autoriteit van een van de Staten echter in een bepaald geval in het licht van de aard van de zaak en de rol van partijen passend voorkomt, kan zij van de belastingplichtige n verlangen dat deze, als voorwaarde voor arbitrage ermede instemt instemmen het deel van die Staat in de kosten te dragen.

De bevoegde autoriteiten kunnen overeenkomen deze procedures aan te passen of aan te vullen; zij blijven echter gebonden aan de in het bovenstaande vastgelegde algemene uitgangspunten.

Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de toepassing van artikel C. Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van het criterium van de uitholling van de heffingsgrondslag van doorstroom-lichamen zoals uiteengezet in het vijfde lid, letter d, van artikel 26 Beperkingen van Voordelen de bevoegde autoriteit van een van de Staten haar verzoek om informatie ten aanzien van een inwoner van de andere Staat in eerste instantie zal beperken tot de informatie die nodig is om vast te stellen of die inwoner een doorstroom-lichaam is, als omschreven in het achtste lid, letter m, van artikel Die bevoegde autoriteit zal pas verzoeken om aanvullende informatie die nodig is om vast te stellen of aan het criterium van de uitholling van de heffingsgrondslag van doorstroom-lichamen is voldaan nadat is vastgesteld dat een lichaam een doorstroom-lichaam is.

Inlichtingen die op grond van de Overeenkomst zijn uitgewisseld en die op grond van de Overeenkomst als vertrouwelijk zijn aangemerkt, kunnen door deze instanties onder dezelfde voorwaarden van vertrouwelijkheid worden ontvangen en mogen slechts worden gebruikt bij de uitvoering van hun taak toezicht te houden op de administratie van de belastingwetgeving van de Verenigde Staten. Het is wel te verstaan dat bij de toepassing van artikel 31 Hulp en Bijstand bij Invordering met het volgende rekening zal worden gehouden:.

De aangezochte Staat is niet verplicht het verzoek van de verzoekende Staat in te willigen:. Het verzoek om administratieve bijstand bij invordering van de belastingvordering gaat vergezeld van:. Voor de toepassing van dit artikel staat de belastingvordering onherroepelijk vast wanneer de verzoekende Staat op grond van zijn nationale wetgeving het recht heeft de belasting in te vorderen en de administratieve en gerechtelijke rechtsmiddelen van de belastingplichtige om in de verzoekende Staat de invordering tegen te houden vervallen dan wel uitgeput zijn.

Een belastingvordering van de verzoekende Staat die onherroepelijk vaststaat kan door de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat voor invordering in behandeling worden genomen en wordt, behoudens de bepalingen van het zevende lid, indien in behandeling genomen, door de aangezochte Staat op dezelfde wijze ingevorderd als ware zulk een belastingvordering een belastingvordering van die Staat zelf die is komen vast te staan in overeenstemming met de op de invordering van de eigen belastingen van die Staat van toepassing zijnde wetgeving.

Wanneer een verzoek om invordering van een belastingvordering van een belastingplichtige in behandeling wordt genomen:. Niets in dit artikel mag zo worden uitgelegd dat daardoor voor de aangezochte Staat rechten van administratieve of gerechtelijke herziening van de onherroepelijk vaststaande belastingvordering van de verzoekende Staat worden geschapen of hierin wordt voorzien op grond van rechten voortvloeiend uit de wetgeving van een van beide Staten.

Indien op enigerlei tijdstip hangende de uitvoering van het verzoek om bijstand op grond van dit artikel de verzoekende Staat het recht om op grond van zijn nationale wetgeving de belasting in te vorderen verliest, trekken de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Staat het verzoek om bijstand bij invordering onmiddellijk in.

Met inachtneming van deze paragraaf worden de bedragen die zijn ingevorderd door de aangezochte Staat ingevolge dit artikel overgemaakt aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat. Tenzij de bevoegde autoriteiten van de Staten anders overeenkomen, worden de gewone kosten gemaakt bij het verlenen van bijstand bij invordering gedragen door de aangezochte Staat en worden alle ter zake gemaakte buitengewone kosten gedragen door de verzoekende Staat.

De aangezochte Staat mag uitstel van betaling of betaling in termijnen toestaan indien zijn eigen nationale wetgeving of administratieve praktijk dit toestaat, maar hij dient eerst de verzoekende Staat hierover in te lichten. Alle interest die door de aangezochte Staat wordt ontvangen als gevolg van het toestaan van uitstel van betaling of van betaling in termijnen wordt overgemaakt aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat.

Een belastingvordering van een verzoekende Staat die in behandeling is genomen heeft in de aangezochte Staat geen voorrang boven de belastingvorderingen van de aangezochte Staat. De bevoegde autoriteiten kunnen op grond van dit artikel bijstand verlenen bij invordering van de belasting waarvoor op grond van het achtste lid van artikel 14 Vermogenswinsten uitstel is verleend.

De bevoegde autoriteiten van de Staten komen de wijze van toepassing van dit artikel overeen. De bevoegde autoriteiten kunnen voorts overeenkomen deze procedures aan te passen of aan te vullen; zij zijn echter gebonden aan de in het voorgaande vastgelegde algemene uitgangspunten.

Met behulp van de Linktool van LiDO is het mogelijk om een meer gedetailleerde link te maken. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om een link te maken naar een specifiek lid van een artikel.

Selecteer een andere versie waarmee u de huidige geselecteerde versie, inwerkinggetreden op , wilt vergelijken. Doordat er een grote regeling is gekozen kan de vergelijking enkele minuten duren. U kunt de tekst inclusief afbeeldingen exporteren. De afbeeldingen worden dan met de tekst in een. Beim Fondskauf ist der Ausgabeaufschlag, den Fondsanleger beim Kauf eines Investmentfonds zahlen müssen, ein erheblicher Kostenfaktor. Sparen Sie sich diese hohen Kosten!

Die Qualität eines Fonds hängt wesentlich von der Person des Fondsmanagers ab. Er trifft die Entscheidung darüber, welche Wertpapiere Eingang in den Fonds finden und welche nicht. Zudem investieren die besten Fondsmanager weitgehend unabhängig von bestimmten Vergleichsindizes, während andere häufig mehr oder weniger einen Börsenindex nachbilden. Für die Nachbildung eines Fonds benötigen Sie aber keinen Fondsmanager. Nur Fondsmanager, die gezielt in einzelne Aktien, Branchen oder Märkte investieren und diese im Vergleichsindex über- oder untergewichten dürfen, können auch den Markt schlagen bzw.

Recherchieren Sie vor dem Fondskauf auch nach den Erfahrungen des Fondsmanagers. Wie lange managt der Fondsmanager diesen Fonds bereits, welche Fonds hat er zuvor gemanagt und wie haben diese Fonds unter seinen Fittichen abgeschnitten?

Welche Anlagestrategien sind erfolgversprechend? Welche Aktien, Fonds und Derivate empfehlen die Börsenprofis? Jetzt einsteigen oder eher abwarten? Informieren Sie sich jetzt über unsere aktuellen Webinare: Wieso sollten Sie in schwierigen Börsenzeiten auch auf passive Strategien setzen? Attraktive Renditen mit nachhaltigen Investments Technischer Ausblick auf So ist die charttechnische Lage und so geht's weiter Warum und wie sparen: Altersvorsorge und Vermögensaufbau im Blick.

Auch mit kleinen Beträgen lässt sich ein Vermögen aufbauen. Mit einem Fondssparplan können auch Kleinanleger mit geringen monatlichen Beträgen die Vorteile von Investmentfonds nutzen.

Schon mit monatlichen Zahlungen von beispielsweise 50 Euro können Anleger damit breit gestreut in Aktien, Immobilien oder Anleihen anlegen. Fondssparen eignet sich hervorragend zum langfristigen Vermögensaufbau und kann eine wichtige Säule für Ihre private Absicherung fürs Alter sein. Anders als bei staatlich reglementierten Anlageformen wie der Riester- oder Rürup-Rente können Fondssparer jederzeit auf ihr Vermögen zugreifen.

Behalten Sie auch die Kosten im Blick, insbesondere den bei jeder Rate fälligen Ausgabeaufschlag und die Transaktionsgebühren. Empfehlenswerte Angebote wie das finanzen. ETF werden immer beliebter. Das Grundprinzip der Indexfonds ist simpel: Bei einem Rückgang verhält es sich analog. Zahlreiche Untersuchungen belegen, dass nur wenige Fondsmanager auf Dauer eine bessere Wertentwicklung erzielen als der Vergleichsindex. Wozu also gemanagte Fonds kaufen, fragen sich zurecht viele Anleger.

Zumal Indexfonds mit vergleichsweise kostengünstigen Gebühren aufwarten: Für Anleger, die einen einfachen Zugang zu den Kapitalmärkten suchen, ist ein Investment in Exchange Traded Funds eine echte und kostengünstige Alternative zum Fondsinvestment.

ETFs sind eine günstige Alternative zu Investmentfonds. Unsere Ratgeber-Artikel sind objektiv recherchiert und unabhängig erstellt. Damit Sie unsere Informationen kostenlos lesen können, werden manchmal Klicks auf Verlinkungen vergütet. Dann abonnieren Sie jetzt den kostenlosen Ratgeber-Newsletter! Die Erfolgsgeschichte von Fonds reicht bis ins Fonds zählen zum Sondervermögen Neben der Risikostreuung ist auch die Konkurssicherheit ein wichtiger Vorteil von Investmentfonds.

Günstige Fondsdepot Bank auswählen Investmentfonds können Anleger ganz einfach über ihre Hausbank, eine Online-Bank oder über einen Fondsvermittler kaufen.

Diese Fonds-Typen stehen zur Auswahl: Die wichtigsten Auswahlkritierien bei der Fondswahl. Die Performance in verschiedenen Marktphasen wie schlägt sich ein Fonds in steigenden und wie in fallenden Märkten? Das könnte Sie auch interessieren:. ETF kaufen - so geht's. Ausgabeaufschlag — Fondsdiscount bzw.

Fonds kaufen mit Rabatt Beim Ausgabeaufschlag handelt sich um eine einmalige Gebühr, die beim Erwerb von Fondsanteilen anfällt. Von erfahrenen Investment-Profis lernen! Mit kleinen Beträgen ein Vermögen aufbauen Auch mit kleinen Beträgen lässt sich ein Vermögen aufbauen.

Meer uit Markten Live

Buri Sport, Nils' shirts-gallery.

Closed On:

Co , in Dägerlen, CHE Handel mit Sportartikeln, Sportbekleidung und Ernährungszusätzen.

Copyright © 2015 mirpodelok.pw

Powered By http://mirpodelok.pw/